Slagerij Rottiers op pensioen
06/02/26
Ronny Rottiers en Linda Lefèvre sloten eind december de deuren van hun slagerij in Kraainem. ‘Het is veel en hard werken geweest, maar het was zo plezant’, klinkt het aan het begin van hun welverdiende pensioen.
We gaan vooral het contact met de mensen missen
Toen het koppel op 28 december hun zaak in de Arthur Dezangrélaan definitief sloot, bleef er welgeteld één kipfilet over voor henzelf. Het zegt iets over het enthousiasme waarmee hun klanten op de valreep hun diepvries nog aanvulden met vers vlees van Rottiers. ‘Maar ook al lag er bijna niets meer in onze koeltoog, klanten sprongen voortdurend binnen voor een afscheidsbabbel’, zegt Linda Lefèvre (60), nog altijd wat overdonderd door de vele kaartjes en cadeautjes. Ze wil van de gelegenheid gebruik maken om alle klanten via deze weg nog eens te bedanken. ‘Sommigen zijn wenend buitengegaan. We hadden niet de grootste zaak, maar er was wel veel contact met de mensen. Dat gaan we het hardst missen.’
‘Het was hier niet: binnenkomen, bedienen, afrekenen en buiten’, vat haar man Ronny Rottiers (62), met wie ze de slagerij 31 jaar gerund heeft, samen. ‘Eerst hadden we 9 jaar een zaak in Aalst, maar daar waren geen doorgroeimogelijkheden. Via leveranciers hadden we gepolst naar waar er iets te koop stond. Ik weet nog goed wanneer we hier voor het eerst passeerden. Het was een zondagvoormiddag en we waren meteen verkocht.’ Zijn vrouw knikt: ‘Het klikte met de vorige eigenaars, de bank was mee en mijn man kon zijn hart ophalen aan de grote tuin. Op 5 januari 1995 volgde de officiële opening.’
De eerste 5 jaar stond het koppel nog in de oude winkel, maar een renovatie drong zich op. Na nog eens 12 jaar volgden opnieuw veranderingswerken. Rottiers: ‘Toen we in Aalst begonnen, was mijn vrouw amper 20 en ik 23. Dat was een goede leerschool, maar hier is alles altijd goed gegaan. Onze omzet is blijven stijgen én de klanten waren vriendelijk en tevreden. Maar na 46 jaar in het vak - ik ben op mijn 16e begonnen op leercontract - vond ik de tijd rijp om wat meer van het leven te gaan genieten. Als ik op voorhand wist dat ik 100 zou worden, zou ik misschien nog wat verder hebben gedaan. Maar dat weet je dus niet.’ (lacht)
‘Wij maakten onze americain nog à la minute en onze pensen volgens het recept van mijn vader’
Slagerij te huur
Lefèvre: ‘Het enige spijtige is dat we zelf geen overnemer vonden, al hebben we een zoon die slager is. Het is een grote bekommernis in de branche. Ook warme bakkers vinden moeilijk opvolging. Werk komt voor veel jonge mensen niet meer op de eerste plaats, zoals in onze tijd. Nu denken ze eerst aan vakantie of sporten.’ Toch heeft het koppel de hoop dat er alsnog een slagerij opent op dezelfde locatie niet volledig opgegeven. Rottiers: ‘De nieuwe eigenaar heeft de machines mee overgenomen en zal de slagerij te huur zetten. Lukt dat snel, dan kunnen we de nieuwe uitbaters misschien nog wat op gang helpen.’ Lukt dat niet, dan dreigt een deel van hun ambacht verloren te gaan.
Verse producten
Rottiers: ‘Wij maakten onze americain preparé nog à la minute. Ik snap niet dat mensen zoiets in de supermarkt kopen. De bewaarmiddelen nemen alle smaak weg. Mijn pensen maakte ik volgens het recept van mijn vader met de grove korrel van het vlees er nog in.’
‘In de supermarkt liggen ze misschien te blinken, maar bijt je erin, dan proef je rubber’, valt Lefèvre haar man bij.
‘Of kipfilets die zo dik zijn door al het water dat erin zit. Zit er een plastiekje rond, dan hoeft het niet voor mij. We hebben nog overwogen om alleen op vrijdag, zaterdag en zondag open te gaan, maar in onze branche kan je moeilijk halftijds werken. Want wat doe je als je op zondag niet uitverkocht bent? Veel slagers werken intussen met diepvriesproducten. Wij deden dat bewust niet. We maakten liever tot 3 keer per dag vers gehakt. Hadden we over, dan maakten we er balletjes van voor in onze tomaten- of spaghettisaus. Dat hier aan de overkant van de straat een Carrefour Express is gekomen, was wel in ons voordeel. Mensen die daar sla kochten, kwamen dan naar ons voor een entrecote.’
Vroege vogels
Elke dag begon om 6 uur ’s ochtends, om pas om 7 uur ’s avonds af te ronden. ‘Als je het niet graag doet, hou je dat niet vol’, klinkt het eensgezind. ‘In de zomer kon ik, als het wat minder druk was, achterin wel even naar de Tour de France kijken of onkruid wieden in de tuin’, bekent Rottiers. ‘Maar gemiddeld werkten we toch tussen 60 en 70 uur per week. Nu dat niet meer hoeft, zal het sowieso aanpassen zijn.’
Lefèvre: ‘Sinds we getrouwd zijn, hebben we nooit iets anders gedaan. Ik denk dat we nog niet goed beseffen dat het definitief afgelopen is. Maar aanpassen wordt het ook voor de klanten. Ze vroegen ons waar ze nu naartoe moesten, maar we zouden het niet weten. We kennen de (weinige) over- blijvende slagers wel van naam, maar kwamen er niet over de vloer.’
Student of stielman
Straks zoeken ze de rust op van hun huis in Hastière, nabij Dinant, waar ze de voorbije 5 jaar hun vakanties en lange weekends al doorbrachten. ‘Gelukkig is daar wel nog een ouderwetse buurtslagerij. Over 3 maanden trekken we definitief naar daar. Daarna gaat het misschien terug naar de dorpen van onze jeugd, Londerzeel of Steenhuffel.’
Rottiers is trots dat hij hier in de loop der jaren toch 5 jongens heeft opgeleid tot slager, onder wie zijn eigen zoon. ‘Die hebben allemaal een goede job. Iedereen in de sector heeft werk. Zelfs ik zou op mijn leeftijd nog mogen beginnen.’ Dat ze geen slagers meer vinden, is ook een beetje de schuld van de ouders, vindt Lefèvre. ‘Die willen tegenwoordig allemaal dat hun kinderen gaan studeren. Dat was vroeger anders. Ging je niet graag naar school, dan zocht je een job of ging je op leercontract, zoals Ronny gedaan heeft. Daar is een hele generatie stielmannen uit voort- gekomen, van wie er de komende jaren jammer genoeg nog meer op pensioen zullen gaan.’
Tekst: Tom Peeters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Lijsterbes februari 2026