Jemi Samyn - Ontdekkingsreiziger in jazz
23/05/25
Sinds hij drie jaar geleden met pensioen ging kan geboren en getogen Kraainemnaar Jempi Samyn zich fulltime wijden aan zijn passie voor jazz. Die kwam ongevraagd aanwaaien toen hij hier als tiener ooit uit de tram stapte en bracht hem tot bij Toots Thielemans.
Het rijhuis van Jempi Samyn (68) in het centrum van Kraainem ademt muziek. Cd-planken palmen alle muren van de middelste kamer van het gelijkvloers in. De alfabetisch gerangschikte albums — ongeveer 10.000, schat hij, waarvan vele gesigneerd — bestaan voor zo’n 70 procent uit jazz. Jempi wilde muzikant worden, maar dat mocht niet van zijn ouders. Hij ging bij de bank werken en zijn passie schoof hij door naar zijn vrije tijd. ‘Na mijn uren interviewde ik mijn helden voor De Morgen of Stage Magazine.’ Hij draait zijn muzikale voorbeelden nog steeds elke zondagavond bij Bruzz in de radioshow Jazz Station, die hij opneemt in de ministudio ingericht tussen zijn platen.
Mondmuziekske
Jempi werd vriend aan huis van muzikanten, die hem dankbaar om raad vroegen. Hij toont de miniatuurmondharmonica die hij cadeau kreeg van Toots Thielemans, die hij jarenlang rondreed naar concerten, en begint er meteen een deuntje op te blazen. ‘Er zijn maar vier gaatjes, maar je kan er alle noten op spelen! Als kleine pagadder kreeg je me al niet weg uit muziekwinkels, zo gek was ik op de zoete geur van versterkers en gitaren. Zie ik een instrument, dan wil ik het uitproberen.’
Gevraagd naar zijn favoriete albums begint hij met een geschiedenisles. ‘In 1959 kwamen drie platen uit die de richting van het genre veranderden: Kind of Blue van Miles Davis, Giant Steps van John Coltrane en The Shape of Jazz To Come van Ornette Coleman.’ Ze zijn belangrijk om de revolutie te duiden die hem tien jaar later de jazz binnenloodste via Bitches Brew, het album waarmee Davis de jazzrock lanceerde.
Jazzrockkapsel
Joe Zawinul, die elektrische piano speelt op die plaat, vertelde Samyn ooit dat de rock-’n-roll het beste was wat de jazz kon overkomen. ‘Ik antwoordde dat de jazz zo kon terugkeren naar waar ze ooit gestart was: de dansvloer.’ Het was die aanstekelijke jazzrock die vanuit de openstaande deur van de lokale platenwinkel kwam aanwaaien toen hij uit de tram stapte. ‘Het klonk helemaal anders dan de top 30-muziek die ik rond 1970 gewoon was. Ik mocht de plaat thuis uitproberen en was verkocht, het begin van een lange ontdekkingsreis.’ Die bracht hem bij pianist Chick Corea ‘die door zijn stijl- en ritmeveranderingen de vier jaargetijden in één nummer kon stoppen’ en bij bassist Jaco Pastorius ‘die de fret van zijn bas haalde om ze te doen zingen.’ Uiteindelijk zou Jempi zelfs als een blok vallen voor Frank Zappa, waarvan hij daarna alles op gitaar leerde spelen. ‘Ik moest Steve Coleman gelijk geven: it’s all a matter of opening the right door.’
Muziekstruiken
‘Ik zie muziekstijlen als bossen. Tussen de bomen groeien struiken. Daar gebeurt het voor mij, in de overlappingen en tussenvormen, waar geëxperimenteerd wordt. Ik hou niet van voorgekauwde dingen en wil altijd iets nieuws ontdekken. Hoe ouder je wordt, hoe meer je niet alleen naar de toekomst maar ook naar het verleden kijkt, en jazz is een spectrum dat je naar voor én naar achter kan opentrekken.’
Tijdens zijn jeugd zette zijn vader thuis altijd The Beatles op. ‘Ik herinner me nog dat mijn broer en ik moesten lachen toen we I Want to Hold Your Hand’ hoorden en pa ons terechtwees: ‘Zwijg, die gasten gaan het maken!’ Maar omdat ze overal waren, tot in ons toilet toe, was ik hen op den duur beu gehoord.’ Intussen hebben ze hun plek in zijn platenkast heroverd, maar aan zijn jazzhelden kunnen ze niet tippen. ‘Jazz slaat niet zoals pop meteen in. Je moet het tijd geven om te ontluiken.’
Tekst: Tom Peeters
Foto: Tine De Wilde
Uit: lijsterbes mei 2025