De Platenkast
01/10/26
Kelly Govaert is sinds de opening vorig najaar de verantwoordelijke van Ontmoetingscentrum Octopus, waar je terecht kan voor ontmoetingen, maaltijden, workshops en activiteiten. Ze bouwt er de activiteitenwerking uit en runt de noodwoningen op de eerste etage. Al wat voorafging, stond in het teken van dans en muziek.
‘Na het zien van een dansvoorstelling van Maurice Béjart in Parijs wilde ik ballerina worden. Maar toen ik op mijn elfde auditie deed bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, werd ik ondanks een geslaagde technische test afgewezen omdat ze uit mijn manier van lopen afleidden dat ik brede heupen zou krijgen. Hoe mager ik toen ook was. Door die opdoffer kwam ik wel terecht bij hedendaagse dans, wat me veel beter lag.’
Van Tilburg naar New York
Na een geslaagde eerste auditie bij PARTS verhinderde een examen wiskunde haar laatste selectiemoment. Zo kwam het dat Kelly uiteindelijk op de dansacademie in Tilburg belandde, waar ze de tijd van haar leven beleefde. ‘Er hingen echte Flashdance-vibes. Door de glazen wanden konden we de andere klassen constant zien. Dat gaf veel energie.’
Ondanks extra stages aan een befaamde dansschool in New York en projecten voor onder andere Theater Malpertuis, vergat haar danscarrière uit de startblokken te schieten. Toen er ook rugproblemen opdoken, heroriënteerde Kelly zich. Wat overbleef, was een onvoorwaardelijke liefde voor muziek, die blijkbaar nog dieper zit dan dans. ‘Om een artiest goed te vinden, moet ik er een band mee voelen, zoals bij David Bowie’, legt ze uit. ‘Ik was pas tien en hij was het idool van mijn mama. Maar zijn kameleontische drang om zich altijd opnieuw uit te vinden, sprak me meteen aan.’
Basgitaar
Space Oddity, Young Americans, Let’s Dance en Bowie’s versie van Wild is the Wind: het zijn allemaal favorieten. Maar uiteindelijk kiest Kelly toch voor Heroes uit haar geboortejaar 1977. Al was Bowie maar het begin. Toen haar mama haar meenam naar Torhout/Werchter, raakte ze in de ban van Pixies-bassiste Kim Deal. ‘Twee maanden later kocht ik een basgitaar en een versterker. Mijn papa, die meer van Elvis hield, vond het maar niks.’
Ook The Cure ging in haar tienerjaren recht naar haar hart. ‘Ik herkende me in de worsteling van Robert Smith. Ik luisterde op mijn slaapkamer en danste op newwavefuiven.’ Haar studies in Tilburg vielen dan weer samen met de doorbraak van dEUS. ‘Ook op school dansten we op Suds & Soda en ik voelde sowieso veel affiniteit met het rebelse karakter van de band.’ Vanuit het katholieke West-Vlaanderen ‘waar normaal al gek genoeg was’, was ze in een vrijere wereld beland en ontwikkelde ze een zwak voor artiesten die zich afzetten tegen conventies, zoals Morrissey, PJ Harvey en Serge Gainsbourg. ‘Dat anarchistische kantje ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt, ook niet nu ik hier voor de gemeente werk.’ (lacht)
Die laatste dans
De passie voor muziek spat eraf als Kelly het heeft over de artistieke evolutie van Nick Cave, de aanstekelijke blaxploitation-soul in Tarantino-films en haar boon voor triphop, postrock en hedendaagse jazz, met Kamaal Williams als recentere ontdekking. ‘Omdat ik mijn danscarrière nooit fatsoenlijk afsloot, heb ik mezelf en mijn kinderen altijd beloofd om voor mijn vijftigste nog één solo te maken. De muzikant van dienst moet er wel de intro van Slave to the Rhythm van Grace Jones in verwerken.’
‘Muziek zorgt voor verbinding en samenhorigheid’, besluit ze. ‘Mijn beste momenten beleef ik als ik met vrienden de hele avond plaatjes kan draaien. Maar één keer per week beluister ik een volledig album in het donker. Door visuele prikkels uit te schakelen komt alles nog intenser binnen.’
Heroes – David Bowie
Surfer Rosa – Pixies
Entreat (Live at Wembley, July 1989) – The Cure
Suds & Soda – dEUS
Skeleton Tree – Nick Cave
Slave to the Rhythm – Grace Jones
Tekst: Tom Peeters
Foto: © TDW
Uit: lijsterbes + oktober 2026