Gemeenschapskrant

Jos van Immerseel kruipt in de huid van de jonge Beethoven

30/09/22

Met pianist Jos van Immerseel haalt GC de Lijsterbes deze maand een van de uithangborden van de oude muziek in huis. Hij speelt er werk van de jonge Beethoven, maar vertelt ons eerst waarom de keuze voor het juiste historische instrument zo belangrijk voor hem was en waarom hij nog zo actief is.

©Tine De Wilde

'Mijn ziekte is dat ik niet kan stilzitten'

We treffen pianist, dirigent en docent Jos van Immerseel (77) in het stationsbuffet naast de majestueuze vertrekhal van Antwerpen-Centraal. Als man van de wereld en van ’t stad zal hij er respectievelijk een Italiaanse cappuccino en een bolleke Koninck nuttigen. Straks keert hij na vele omzwervingen terug naar zijn geboortegrond. Met zijn vrouw, de Japanse pianiste Ayako Ito, een voormalig leerlinge, en zijn achttien (!) vleugels. Over waar die precies hun onderkomen zullen vinden, is hij nog in onderhandeling. ‘Ik ben Antwerpenaar, maar heb ook zes jaar in Amsterdam en vier jaar in Parijs gewoond, en heel veel gereisd. Ik voel mij overal thuis.'

De voorbije jaren woonde hij in Brugge. Het blijft ook de thuis van Anima Eterna, het orkest dat hij in 1987 oprichtte en waar hij eerst mee resideerde in het Brusselse Kaaitheater. ‘Sinds 2002 resideren we in Het Concertgebouw in Brugge. Zo’n vaste stek is belangrijk voor de continuïteit van een orkest dat uit freelancers bestaat. Maar de lange autoritten naar Antwerpen, inclusief het stilstaan voor de tunnel, begonnen me tegen te steken. Daar komt bij dat ik me in Brugge wél een buitenlander voelde. Het is geen stad, maar een openluchtmuseum. Je krijgt weinig of geen contact met de Bruggelingen omdat je zelf niet van Brugge bent. Bovendien ben ik intussen tien jaar samen met iemand die geboren is in het centrum van Tokio. Zij sterft daar.’

Te laat voor Duitsland

Van Immerseel heeft gewacht met zijn beslissing tot zijn activiteiten bij het orkest afgebouwd waren. ‘Een tijd geleden werd in de politiek en de media geopperd dat de vier mensen die in Vlaanderen met oude muziek bezig waren - Sigiswald Kuijken, René Jacobs, Paul Van Nevel en ik - stilaan aan vervanging toe waren. Ik heb dat als enige serieus genomen, want ik wilde niet dat mijn orkest zou doodbloeden. Anima Eterna haalt nu elk jaar drie gastdirigenten in huis en zelf doe ik nog een productie of twee. Het halve afscheid was niet vanzelfsprekend. Het blijft mijn baby, maar het is gelukt. Ik word ook nog door voldoende andere orkesten gevraagd.

‘Toen ik de Brugse burgemeester vorig jaar over mijn plannen vertelde, vroeg hij me: Wat kan je nu in Antwerpen gaan doen? Ga je daar wel een huis vinden? En nog meer van die domme vragen. Nu ja, het had ook Brussel kunnen zijn, maar Antwerpen is altijd mijn stad geweest. Voor Duitsland vond ik het te laat.’ Het land en zijn rijke muzikale traditie kan hij, zoals straks in Kraainem, ook met zijn vleugelpiano bezoeken. In GC de Lijsterbes speelt hij vroege sonates en klavierwerken van Ludwig Van Beethoven, een selectie uit de 3cd-box Piano works of the young Beethoven die hij in 2019 uitbracht. Dat doet hij nadat hij met de hem kenmerkende zin voor detail de autografen van de Duitse componist bestudeerde.

Historisch verantwoorde vleugels

Om een werk goed te spelen, moet je niet per se alles over een componist weten, want een biografie is veelal een fantasie gebaseerd op dingen die men toevallig nog weet. De overgebleven brieven van Beethoven zijn dan nog opgesteld in het oude dialect van Bonn. Musicologen hangen nu eenmaal graag een kadertje rond zo’n brief waarna ze verbindingen beginnen leggen tussen stijlen en periodes. En dan noemen ze bijvoorbeeld Carl Philipp Emanuel Bach een overgangsfiguur. Maar stel je voor dat ik de arme man in zijn tijd in Hamburg op straat was tegenkomen en vraag: Meester, hoe voel je je als overgangsfiguur?’ (Lacht) Aan zulke achterafredeneringen doet Van Immerseel niet. Dat neemt niet weg dat hij zijn voorbereidingswerk bijzonder ernstig neemt. ‘Als ik een werk speel, dompel ik me graag onder in de tijd waarin het is geschreven.’ In de inleiding van zijn jongste Beethoven-cd beschrijft hij waarom hij het zo belangrijk vond om deze vroege werken op een Christopher Clarke Hammerflügel (een nauwgezette kopie van een vleugel van rond 1800) te spelen. Het komt erop neer dat ze zo veel beter tot hun recht komen dan op de pianoforte van Conrad Graf uit 1826 waarmee hij het latere werk van de componist had aangepakt. ‘Toen ik nog niet zoveel ervaring had met kamermuziek speelde ik die vroege vioolsonates al met de Nederlandse violist Jaap Schröder, maar ze klonken niet. Door die replica uit 1800 te gebruiken is ineens alles op zijn plaats gevallen.’ Dat anderen het werk van Beethoven zelfs spelen ‘op vleugels uit 1900 die er helemaal niets mee te maken hebben’ blijft een doorn in het oog van de man die niet hoog oploopt met de hedendaagse Steinway’s. ‘De moderne piano is nog exact hetzelfde als die uit 1900. In die 120 jaar is bovendien de kwaliteit van het hout, het vilt en de snaren er serieus op achteruit gegaan. De moderne piano waarover men het zo graag heeft, is dus helemaal niet modern.’

Oude krotten

De keuze van historisch verantwoorde instrumenten is al jaren het stokpaardje van de pianist. We zien hem innerlijk koken wanneer hij herinneringen ophaalt aan de vlotte, jongere museumdirecteur die hem vertelde geen geld te hebben voor een verzameling oude krotten die eigenlijk beter naar het containerpark zouden gaan. ‘Onlangs stelde ik een befaamd pianoleraar in Amsterdam de vraag waarom hij geen interesse had in goede historische instrumenten. De mensen komen toch ook niet meer in hun koets naar het concert, was zijn repliek. Als je zo denkt, speel dan verdomme muziek van nu, maar dat doet niemand, want dat vinden ze allemaal slechte muziek.’ De pit waarmee van Immerseel op zijn 77e over zijn vakgebied en dan vooral over het achterliggende ambacht spreekt, toont iemand die nog lang niet op zijn lauweren wil rusten. ‘Toen ik dertig jaar geleden collega’s op het conservatorium hoorde zeggen Nog tien jaar en we kunnen met pensioen, moest ik bijna overgeven. Ik heb dit jaar geen vakantie genomen. Ik heb dat niet nodig. Ik reis al de hele tijd. Gelukkig heb ik de genen van mijn vader. Dat was ook een beer die nooit ziek was. Mijn ziekte is dat ik niet kan stilzitten.’ ‘De ontwikkeling weg van het ambacht is bangelijk’, besluit van Immerseel, wiens vader nog meubelmaker én violist was.

Tekst: Tom Peeters
Uit: Lijsterbeskrant oktober 2022

Meer nieuws