submenu

Informatie uit Vogeltjeswijk - 10/12/2019

De Prinses Josephine-Charlottewijk of de Vogeltjeswijk

De lijsterbes heeft de afgelopen jaren lukraak aangebeld bij mensen thuis om verschillende inwoners uit de gemeente te leren kennen. Na de grote lanen is het nu de beurt aan de vele wijken die Kraainem rijk is. Beginnen doen we met de Vogeltjeswijk.

We interviewden mensen in de Astridlaan, later mensen uit de Oudstrijderslaan en de Arthur Dezangrélaan. Telkens lange straten die Kraainem doorkruisen. Tijd om de verschillende wijken in de gemeente aan bod te laten komen. In dit eerste artikel van de reeks vertelt Luc Maes de ontstaansgeschiedenis van de Vogeltjeswijk. De gemeente Kraainem telde in 1947 zo’n 3.400 inwoners, verspreid over Laag-Kraainem (aan de Woluwe), Hoog-Kraainem (rond het gemeentehuis en de kerk) en eveneens in het verder van het gemeentelijke centrum gelegen gehucht Stokkel.

Na de oorlog (in 1940-45) was er een gebrek aan degelijke en gezonde woningen. De Belgische staat, en de plaatselijke besturen hebben sociale - en dus betaalbare – woningen opgetrokken op het platteland. De terreinen werden verkregen door eigen eigendom, door aankoop of soms zelfs onteigening. De woningen hadden een verkoopprijs van ongeveer 350.000 fr. of 8.677 euro. Dat was destijds - in 1950 - een hele som. Terug te betalen met 25 tot 30 euro per maand.

Expo 58

Door de naoorlogse evolutie in Brussel, met name door de grote infrastructuurwerken ter voorbereiding van de wereldtentoonstelling Expo 58, kwam een volksverhuis op gang naar ‘den buiten’. Ook naar Kraainem, waar het nog rustig en landelijk was, en waar de grondprijzen niet zo hoog opliepen als in Sint- Lambrechts- en Sint-Pieters-Woluwe. 

Op dat ogenblik bestond enkel het Kasteel Jourdain al. De gemeente Kraainem kreeg in 1949 het bosrijke en landbouwgrondrijke gebied rond het Esselveld op het oog om er een straat aan te leggen. Je moet namelijk straten aanleggen wil je een woonzone creëren.

De sociale woningen hadden in 1950 een
verkoopprijs van ongeveer 350.000 fr.
of 8.677 euro. Dat was destijds veel geld.

De eerste bewoners

Tweederde van de Kraainemse straten is aangelegd tussen 1950 en 1960. De eerste straat die aangelegd werd op het grondgebied van de huidige wijk was de Vinkenlaan. Hier plande bouwpromotor Eigen Haard een zestigtal huizen. De eerste bewoners kwamen er in 1951 wonen. De straat was toen nog een aardeweg en met één gemeenschappelijke waterkraan. Vanaf 1952 werden alle voorzieningen afgewerkt. 1950 is dus de beginperiode van Eigen Haard en nadien wordt – van 1954 tot 1958 – in opdracht van de Nationale Maatschappij voor de bouwpromotor Kleine Landeigendom en naar een ontwerp van architect Pierre Nassaux, gestart met de bouw van 174 woningen. De eerste bewoners kwamen er in 1956. Centraal in de wijk, op een pleintje, staat het monument van prinses Josephine- Charlotte, naar wie de wijk oorspronkelijk werd genoemd. Zij was het oudste kind van de Belgische koning Leopold III en koningin Astrid en was Groothertogin van Luxemburg. De meeste straatnamen in deze nieuwe wijk waren echter vogelnamen. Hierdoor werd deze wijk in de volksmond al gauw de ‘Vogelwijk’ genoemd. Het spreekt voor zich dat het aantal woningen die toen gebouwd werden als een ‘gemeente in de gemeente’ werden beschouwd door de lokale bevolking. De hele wijk werd van 20 tot 22 juni 1958 plechtig ingehuldigd met een groot feest. Tot op heden is deze wijk weinig veranderd. Het Josephine-Charlotteplein was en is nog steeds een klein commercieel centrum met een afgezoomd speelplein. Op een uithoek van het plein staat een kleine modernistische kapel ter ere van ‘Onze-Lieve-Vrouw-der-Vogels’. Een deel van de eerste generatie bewoners is ondertussen ofwel overleden of verhuisd. Maar zoals eerder gezegd is het nog altijd een hechte wijk gebleven.

Tekst: Luc Maes
Foto: Tine De Wilde
Uit: Lijsterbes december 2019 - januari 2020