submenu

Gedaan met knippen en brushen voor Henny Willegems - 29/04/2019

Ik heb altijd kapster willen worden

1 mei trekt Henny Willegems de deur van haar kapsalon in de Oudstrijderslaan definitief achter zich dicht. Wat op haar 13e begon als hulpje in een kapperszaak, groeide uit tot een bloeiend kapsalon. Nu, op haar 67e, vindt ze het tijd om de kapmantels, borstels en scharen definitief op te bergen.

‘Ik heb altijd met veel plezier in mijn kapsalon gestaan’, vertelt Henny. ‘Maar ik voel dat de tijd rijp is om ermee te stoppen. Ik ben klaar voor mijn pensioen, al boezemt het me tegelijk wat angst in’, voegt ze er meteen aan toe.‘Ik heb mijn kapperszaak intussen 46 jaar. Sommige dames zijn al klant sinds het prille begin. Ik zag mijn klanten soms vaker dan mijn eigen familie. Op zaterdagochtend vertelden de oudere mensen al eens over hun jonge tijd in Kraainem. Vaak bleven de andere klanten dan nog wat langer zitten, gewoon om naar die verhalen te luisteren. Iedereen hing aan hun lippen, er werd heel wat afgelachen. Het voelde niet aan als werken.’

Toch zag Henny het beroep van kapster in de loop der jaren sterk veranderen.‘Ik heb de goeie tijd gekend, toen mensen nog elke week naar de kapper kwamen. Er zijn klanten die dat nog altijd doen, maar bij de jongere generatie is dat verleden tijd. Als hun haar geknipt is, komen ze pas zes of zeven weken later nog eens terug. Ik denk dat het voor startende kappers veel moeilijker is dan vroeger.’

‘Het feit dat mijn ouders ook van Kraainem afkomstig waren en iedereen mij kende, was bij de opstart van mijn kapperszaak zeker een troef. Toch was het hard werken. Er waren dagen dat ik om 6.30 uur begon en om 21 uur nog in de zaak stond. Ik heb in de beginjaren zelfs een tijdje in mijn salon gewoond, maar ben wel blij dat ik daar op een bepaald moment mee gestopt ben. Als je op dezelfde plaats werkt en woont, ben je nooit gerust. Het gebeurde dat mensen op zondagochtend om 7 uur aan de deur kwamen bellen om een afspraak te maken.’

Toveren

Henny runde een dameskapsalon, al kwam er ook al eens een occasionele man over de vloer. ‘Eigenlijk knip ik niet zo graag mannen, die zijn veel te moeilijk. Vrouwen weten doorgaans wat ze willen. Bij mannen kan het twee richtingen uit: ofwel zijn ze heel gemakkelijk en meegaand, ofwel verwachten ze dat je wonderen kunt doen met hun haar. Maar ik kan niet toveren hè’, lacht ze.

Als ik vraag of ze ooit een andere carrière heeft overwogen, schudt ze resoluut het hoofd. ‘Ik heb nooit iets anders willen doen dan kapster worden. Aan mijn studiekeuze is nog een leuke anekdote verbonden’, vertelt Henny. ‘Toen ik 13 was, volgde ik snit en naad in Wezembeek-Oppem. Op een bepaald moment kreeg iedereen in de klas een nieuwe mantel, alleen ik niet. Dat vond ik zo oneerlijk dat ik thuis zei: ‘ik zal er zelf wel voor gaan werken’. Toevallig hadden we die dag een tante op bezoek, die naar de kapper ging. Toen ze terugkwam, bleek dat ze bij de kapper nog hulp zochten om het haar van de klanten te wassen. Ik ben daar gaan werken, en dat was meteen de start van mijn kapperscarrière. En twee weken later zei mijn vader: ‘Ga die mantel nu maar halen’.’

CHEMO

Zes jaar geleden werd Henny getroffen door borstkanker. ‘Dat heeft er allicht toe bijgedragen dat ik het iets rustiger aan wilde doen’, zegt ze. ‘Nochtans heb ik het hoofd nooit laten hangen. Ik ben niet gestopt met werken, zelfs niet toen ik chemotherapie onderging. Ik werd geopereerd op een maandag en op woensdag – twee dagen later – stond ik alweer in het kapsalon. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat dat voor mij het beste was, om te blijven doorgaan. Achteraf gezien is die periode wel een keerpunt geweest. Ik ben het daarna toch wat kalmer aan gaan doen.’

Of ze blij is met haar eigen haar? ‘Nee, ik heb nooit goed haar gehad’, zegt ze zonder aarzelen. ‘Ik kom uit een familie met moeilijk haar. Toen ik borstkanker kreeg, hadden ze mij gezegd dat mijn haar opnieuw voller zou aangroeien na de chemo. Maar ook dat viel tegen, het is zeker geen weelderige krullenbos geworden. Ik neem nu vitaminen voor mijn haar, maar dat is allemaal zever. De persoon die een pilletje uitvindt om dik haar te krijgen en het sneller te doen groeien, die wordt schatrijk.’

‘Ik herinner me nog goed het moment waarop mijn haar begon uit te vallen, vlak vóór de tweede chemoronde. Op een bepaald moment kwamen er echt volle plukken haar los. Toen ben ik naar het kapsalon gereden om een tondeuse te gaan halen en mijn zoon Sven heeft het allemaal afgeschoren. Ik had daar eigenlijk niet zo veel moeite mee. Pas onlangs heeft mijn zoon me verteld dat hij dat eigenlijk wel een moeilijk moment vond. Ik heb nooit beseft dat hem dat zo hard geraakt had.’

EIGEN ZIN

En nu, het zwarte gat? ‘Ik weet eigenlijk niet precies wat ik na 1 mei ga doen’, vertelt Henny. ‘Ik ben niet het type om lid te worden van een vereniging, want ik ben geen fan van verplichtingen. Daarom beviel het leven als zelfstandige me altijd erg goed, omdat ik mijn eigen zin kon doen. Ik heb wel gehoord dat er bij Okra een wandelclubje is, dat op dinsdag samenkomt om te wandelen. Zoiets zou me wel bevallen, omdat je dan niet per se elke week mee hoeft.’

Of Kraainem in al die jaren veranderd is? ‘Ik vind van wel’, zegt ze. ‘Vroeger was er veel ambiance, iedereen kende iedereen. Nu is er welgeteld nog één café, dat naast mijn salon ligt. Het dorpsgevoel is een beetje weg. In de wijk waar ik woonde, waren er vroeger veel mensen met een hond. We lieten allemaal samen onze hond uit en zaten soms uren op een bankje te praten en te lachen. Nu is dat allemaal gedaan, je ziet hier vrijwel niemand meer.’

Heidi Wauters